Zaterdag 9 september is het weer Open Monumentendag. De werkgroep Monumenten van de Stichting Cultureel Slochteren wil iedereen graag uitnodigen om te genieten van al het moois wat te zien is in, nu nog de gemeente Slochteren.

Vanaf 1 januari 2018 zal de gemeente Slochteren met de gemeenten Hoogezand-Sappemeer en Menterwolde de gemeente Midden-Groningen gaan vormen. Oorspronkelijk, in 1811, waren er drie gemeenten: Siddeburen, Slochteren en Harkstede. In 1821 werd de gemeente Harkstede opgeheven en samengevoegd met Slochteren. In 1826 was dat met de gemeente Siddeburen het geval.

Per 1 januari is de gemeente Slochteren al een stukje kleiner geworden. Meerstad is toen overgegaan naar de gemeente Groningen. Dit betekende dat er woningen aan de Hoofdweg in Harkstede en in Lageland nu bij de gemeente Groningen horen. Inwoners die hun hele leven in de gemeente Slochteren hebben gewoond wonen nu, zonder te verhuizen, in de gemeente Groningen. Voor sommige mensen voelt dit heel vreemd.

Het thema van dit jaar, ”Boeren, burgers en buitenlui”, is vastgesteld door de landelijke stichting Open Monumentendag. Dat is een heel weids thema. De werkgroep Monumenten is tot de volgende indeling gekomen: in de gemeente Slochteren zijn veel boeren. Dit was 100 jaar geleden ook al het geval, de bedrijven zijn alleen nu veel groter geworden. Burgers zijn de mensen die geen boer zijn. Maar wie waren dan de buitenlui? Daaronder worden verstaan de mensen met een rondtrekkend bestaan. Daarbij valt te denken aan de kiepkerels, maar ook aan mensen die rondreisden en in het drukke seizoen bij de boeren werkten of in het veen.

De kiepkerel

Kiepkerels waren mensen die vanuit Duitsland (Westfalen) naar Groningen reisden. Vaak kwamen ze dan ook langs het beroemde café ’t Hemeltje in Woudbloem. Dit café is afgebroken, maar er is een nieuw Hemeltje in Woudbloem, waar u tijdens Open Mo­numentendag binnen kunt lopen en iets kunt drinken.

De kiepkerels hadden veel te koop. De koopwaar droegen ze in een mand op hun rug. Het waren goede kooplui. Enkele van deze kiepkerels stichtten later winkels die uitgroeiden tot winkelketens. C&A van de familie Brenninkmeijer is daar een voorbeeld van. Naast hun koopwaar verspreidden de kiepkerels ook het nieuws in de regio. Ze waren daarom graag geziene gasten in het eenvoudige bestaan van de mensen.

Elkaar ontmoeten

In onze gemeente zijn veel verharde wegen. Er wordt wel eens gemopperd dat de onderhoudstoestand niet is zoals we dit graag zouden willen, maar we kunnen elkaar zomer en winter ontmoeten over goed begaanbare wegen. De Hoofdweg, het zogenaamde lint, vanaf Ruischerbrug tot Siddeburen is een belangrijke weg.

Deze weg werd pas in 1867 verhard. De weg was toen hoogstwaarschijnlijk nog niet echt comfortabel. Voor die tijd waren veel wegen in de gemeente Slochteren, met name in de winter, vrijwel onbegaanbaar. Omstreeks 1900 werden meerdere wegen verhard. In Woudbloem duurde het wat langer, de Woudbloemlaan werd pas in 1956 verhard. Aan de Hoofdweg werd op een aantal plaatsen tol geheven.

De gemeente heeft dit in 1905 afgeschaft. In het lint zijn een paar huizen nog herkenbaar als tolhuis. Door de vaak slechte wegen reisde de bevolking niet veel. Dit zorgde ervoor dat lokale markten en lokale festiviteiten een sociale functie hadden. Men ontmoette elkaar bij deze gelegenheden. Nadat de wegen werden verhard en het voor iedereen mogelijk was met openbaar vervoer te reizen verdween de sociale functie van de markten.

Waterwegen

Ook via waterwegen kon men elkaar ontmoeten. Het Slochterdiep was een belangrijke waterweg. Het gedeelte van Slochteren tot Schaaphok bestond al in de middeleeuwen en was een verbindingsweg/kanaal als toegang voor de landerijen, waarvan de heer van de Fraeylemaborg eigenaar was.

In 1652 werd begonnen met het doortrekken van het Slochterdiep tot aan het Damsterdiep, in opdracht van Osebrandt Johan Rengers van de Fraeylemaborg. Zijn dochter, Anna Elisabeth, werd later de echtgenoot van Henric Piccardt. Osebrandt Johan Rengers was geen sympathiek persoon, hij dwong de boeren mee te werken aan het graven. In die tijd was er een grote afstand tussen de heren van stand en de boeren, burgers en buitenlui.

De bewoners van de Fraeylemaborg gingen ’s winters via het Slochterdiep naar hun woning in de stad Groningen. In die tijd was de weg langs het Slochterdiep ’s winters erg moerassig en kon niet worden gebruikt.

Woldjerspoor

Aan het begin van de twintigste eeuw was er al behoefte aan een spoorverbinding tussen de Woldstreek en de stad Groningen. Men wilde graag langere afstanden afleggen en een spoorverbinding leek belangrijk voor personenvervoer, maar ook voor het vervoeren van landbouwproducten. Uiteindelijk is het Woldjerspoor er wel gekomen.

In 1923 werd de lijn geopend. Helaas was de bloeitijd voor dergelijke lijnen al voorbij. De lijn werd op 5 mei 1941 gesloten voor personenvervoer en op 27 juli 1942 voor het goederenvervoer. Dat wil niet zeggen dat men niet meer ging reizen. Busbedrijf ”Roland” nam het reizigersvervoer over. In de provinciale weg N387 is het tracé van het Woldjerspoor nog goed te herkennen.

Op verschillende plaatsen stonden stations. Het station in Kolham verkeert in de meest oorspronkelijke staat. Het is dan ook een Rijksmonument. Het station is open tijdens Open Monumentendag. In de wachtkamer is veel in de oorspronkelijke staat gerestaureerd.

Opening

De opening van de Open Monumentendag is zaterdag 9 september om 09.30 uur in de kerk in Hellum. U bent van harte welkom om deze opening bij te wonen. Er zal dit jaar ook weer een gidsje worden uitgegeven, waarin u meer kunt lezen over het thema en de monumenten.