Het was voor nostalgisten en schaatsliefhebbers genieten geblazen afgelopen weekend op de ijsbaan aan de Hamweg te Lageland. Op zaterdagmiddag vonden hier de traditionele kortebaanwedstrijden plaats, een dag later was het de beurt aan de priksleeërs.

IJsclub Lageland-Hamweg, die in januari alweer haar 115-jarige bestaan vierde, kent een lange traditie als het gaat om kortebaanschaatsen. De laatste keer dat de sprintwedstrijden in Lageland werden verreden dateerde alweer uit 2013. Vier jaar eerder dongen onder meer Ronald en Michel Mulder mee naar de prijzen. Tijdens de Olympische Spelen in het Russische Sochi wonnen de gebroeders prompt brons en goud op de 500 meter.

Maar de prestigieuze schaatswedstrijden aan de Hamweg kennen meer beroemde deelnemers. ”Het grootste fenomeen dat hier won is Boele de Vries,” verhaalt Aaldrik Evenhuis, sinds 42 jaar bestuurslid en vanaf 1990 voorzitter van de ijsclub. De kortebaanlegende uit Rolde was in de zestiger jaren volgens hem nagenoeg onverslaanbaar. In die periode kreeg de ijsbaan van Lageland ook de bijnaam ’Bislett van het Noorden’, genoemd naar het destijds altijd bomvolle ijsstadion in Noorwegen. ”Er zijn hier heroische wedstrijden verreden.

Iedereen kreeg op zo’n dag vrij van zijn baas. Dan stonden er zo een paar duizend mensen langs het ijs,” aldus Evenhuis. Hij zegt dat er voor de snelle jongens, meestal sterke boeren of arbeiders, veel geld te verdienen viel. ”Voor de winnaar lag hier in die tijd honderd gulden klaar. Boele de Vries reed soms drie wedstrijden op een dag. Dan haalde hij in een winter wel eens vierduizend gulden aan prijzengeld binnen.”

Maar het kortebaanschaatsen leeft niet meer zoals vroeger. Daarom had de ijsvereniging ook enkel nog een wedstrijd uitgezet voor de B/C junioren jongens. Die konden zich inschrijven via het Gewest Groningen van de KNSB. De deelnemers verzamelden zich voorafgaand aan de wedstrijd in Café De IJzeren Klap, waar het bestuur van IJsclub Lageland-Hamweg had plaatsgenomen achter een tafeltje op het podium.

Evenhuis schreef vervolgens hoogst persoonlijk de lootjes uit, die de jonge sprinters aan elkaar zouden koppelen. Want bij kortebaanwedstrijden wordt niet geklokt; de winnaar van de tweestrijd gaat door naar de volgende ronde. Met acht deelnemers viel de opkomst wat tegen, maar de markante voorzitter, die tevens omroeper was, liet zich niet uit het veld slaan. Met alle egards riep hij de schaatsers één voor één naar voren.

Nadat zij het inschrijfgeld van één euro hadden overhandigd aan de penningmeester, mochten ze hun lotnummer van het dienblad pakken. ”Maar als je geen euro bij je hebt, dan krijg je die van het bestuur.” De symboliek droop er vanaf. Eenmaal op het ijs bleek dat er zeker het nodige schaatstalent meedong naar de prijzen. De ruim honderd toeschouwers genoten van een spannende en spectaculaire wedstrijd over de 160 meter lange baan, met Stijn Land als uiteindelijke winnaar. Hij nam de hoofdprijs van 75 euro mee naar zijn woonplaats Gerkesklooster.

Een dag later werd in Lageland ook een andere traditie in ere gehouden. Toen konden de priksleerijders zich uitleven op de ijsbaan. Dat was plezier voor jong en oud. Eén van de deelnemers was de heer Stevens uit Wildervank, die enkele decennia geleden in zijn sport al naam maakte op de Oostenrijkse Weissensee. Daarna was het toch echt gedaan met de ijspret. De dooi is ingetreden en het ijs is gesmolten.