Iedere Siddebuurster kent hem: Piet Werkman. Vanaf zijn geboorte woont hij al op zijn vertrouwde stekje aan de Oudeweg 34, waar iedereen welkom is voor een praatje. Binnenkort gaat hij verhuizen. Hemelsbreed nog geen 500 meter verderop: ”Siddeburen is mijn dorp; ik zal het nooit verlaten.”

Je zou het niet zeggen, maar als alles goed gaat viert Werkman in september zijn tachtigste verjaardag. Hij staat nog midden in de maatschappij, bekijkt iedere dag trouw zijn Facebook-tijdlijn en ging een paar weken terug nog met zijn kleinkinderen naar een wedstrijd van zijn geliefde Feyenoord in de Rotterdamse Kuip. ”Maar de woning met winkelpand is veel te groot voor mij alleen.

Ik heb een appartement gehuurd in de Siertsheerd. Half april ga ik mijn geboortehuis definitief verlaten.” In de beginjaren ’30 startten zijn ouders aan de Oudeweg een kruidenierswinkel. Zoon Piet werd al op zijn veertiende opgenomen in het bedrijf en fietste langs de deuren om de boekjes met bestellingen te halen en te brengen.

Samen met zijn vrouw Greetje nam Werkman de zaak over, die in 1964 al was omgebouwd tot een moderne A&O supermarkt. ”Langzamerhand werd het ons echter te druk en daarom gooiden we in 1975 het roer om en maakten er een DA drogisterij van.” In die jaren was Werkman tevens conciërge van de MULO.

Ook maatschappelijk was hij betrokken als voorzitter van de middenstandsvereniging, voorzitter van de Federatie Handel & Ambacht en voorzitter van het CDA. Voor zijn verdiensten werd Werkman in 2003 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Toen het echtpaar in 2004 een geschikte overnamekandidaat voor de drogisterij vond, gingen ze met pensioen. ”We hadden nog veel plannen, maar helaas is Greetje een jaar later overleden.” Omdat hij de aanspraak miste heeft Werkman de leegstaande winkel toen omgetoverd tot ’Piet’s Proat & Struunhoes’. ”Ik heb wel 250 foto’s van Siddeburen. Die had ik hier allemaal opgehangen en uitgestald. Sommige dorpsbewoners kwamen daar graag naar kijken. Het liefst na vier uur ’s middags.

Dan namen we er een borreltje bij.” Maar ook op andere momenten zijn de Siddebuursters altijd welkom bij Werkman. Kenmerkend voor zijn gastvrijheid is het touwtje dat uit de brievenbus hangt. ”Ik heb geen geheimen. Iedereen kan hier zo binnenlopen. Vaak is het een zoete inval. Dat zal straks wel even wennen zijn, want in de Siertsheerd kan ik geen touwtje uit de brievenbus hangen. Daar moet je aanbellen.”

Zijn oude woning en winkel zijn inmiddels verkocht. ”Het dorpsfeest ’1000 jaar Siddeburen’, dat we in 1977 hebben georganiseerd stond in het teken van Ot & Sien. En weet je wat het bijzondere is: in mijn geboortehuis komt straks een Ot & Sien Museum. Prachtig toch!” Tevreden is Werkman ook over zijn nieuwe stekje. ”Het is een mooi en ruim appartement.

Zo lang ik maar te midden van de Siddebuursters kan blijven.” Maar wat is er dan zo uniek aan de dorpscultuur? ”Het is de gemoedelijkheid, de waardering voor elkaar en de sterke onderlinge saamhorigheid. Dat merk je ook als er iets aan de hand is in het dorp. Dan staan we als één man achter elkaar.” Op de vraag of er nimmer een moment is geweest dat hij toch het dorp heeft willen verlaten antwoordt Werkman met dit geschreven gedicht:

’t Mooiste dörp veur mie is Sibboern,
’k bin hier best tevree.
Woarom zol ik ooit verhoezen,
’k vuil mie hier op stee.
’t Is veur mie het mooiste houkje,
hier ligt mien bestoan.
Doarom wait ik zeker,
’k goa hier nooit vandoan.