Uitvaartvereniging Schildwolde neemt afscheid van Kobus Folkersma. Na ruim zestig jaar ’drager’ te zijn geweest vindt hij het welletjes. ”Het is mooi zo. De jongelui moeten het nu maar overnemen.”

Folkersma is inmiddels 82. In zijn woning aan de Hoofdweg in Slochteren kijkt hij terug op zijn vele dienstjaren bij Uitvaartvereniging Schildwolde. Hij vertelt dat het niet zijn jongensdroom was om drager te worden. ”Mijn vader en oom deden het ook. Als er dan wel eens een collega ziek was of op vakantie, moest ik invallen. Daar had ik als jonge kerel natuurlijk helemaal geen zin in. Ik zei: wat moet ik daar? Langzamerhand ben ik het werk wel gaan waarderen.

Toen mijn oom in 1970 overleed nam ik het definitief over en kreeg ik een vaste aanstelling.” In die jaren had Folkersma een eigen varkensmesterij aan de Hondelaan in Schildwolde. ”Dat was prima te combineren. Mensen die in loondienst werken moesten altijd vrij vragen. Zij houden het meestal niet lang vol.” Nadat hij met de VUT ging breidde Folkersma zijn werkgebied uit en werkte hij twintig jaar lang óók voor de uitvaartverenigingen van Harkstede, Hellum en Siddeburen. In Schildwolde bekleedde hij in zijn lange loopbaan diverse functies. ”Ik heb alles gedaan: van lijkverzorging tot rouwrijden en van secretaris tot voorzitter. Dat alles onder vier uitvaartleiders: Benninga, Brouwer senior, Zweep en als laatste Brouwer junior.”

Vele honderden mensen droeg Folkersma naar hun laatste rustplaats. Een echt speciaal gevoel had hij er niet bij. ”Iemand moet het werk doen. Ik kon mijn emoties altijd goed uitschakelen. Als ik thuiskwam was ik er niet meer mee bezig. Anders moet je er ook mee stoppen. Dat wil niet zeggen dat het soms niet aangrijpend was. Vooral bij jonge mensen was het zwaar.” Hij zegt dat er in al die jaren wel veel is veranderd in de werkzaamheden. ”Vroeger liepen we met zes dragers, nu met vier.

Toen ik begon waren er ook alleen zwarte jassen beschikbaar. Je moest zelf zorgen voor een zwarte broek. Die jassen waren zó groot dat elk postuur erin paste. Nu hebben we ieder een eigen kostuum. Een ander verschil is de teraardebestelling, vroeger ging dat met touwen, tegenwoordig is er een speciaal zinktoestel.” Folkersma zag het aantal begrafenissen in de loop der jaren wel afnemen. ”Ongeveer 60% van de overledenen wordt nu gecremeerd. Daarin hebben wij als dragers van Uitvaartvereniging Schildwolde tegenwoordig geen rol meer.”

De beslissing om te stoppen was niet moeilijk voor de geboren Schildwoldenaar, al geeft hij toe dat hij de sociale contacten wel gaat missen. ”In juni word ik 83. Ik heb een versleten knie. Je moet ook een keer ophouden.” Stilzitten is er echter niet bij. ”Nee, dat is niks voor mij. Ik heb een grote lap grond met nog een paar schapen. En ik hou van tuinieren. Op mijn leeftijd gaat het allemaal niet meer zo snel. Ik kom de dagen dus wel door.” Maar of hij nu echt helemaal is gestopt met zijn uitvaartwerkzaamheden? Folkersma krijgt pretoogjes en begint te lachen. ”Nou ja, ik heb gezegd dat wanneer er een keer een drager uitvalt, ze me wel mogen bellen.”