Na acht jaar gedoe, waarin slechts één kavel aan de man werd gebracht, heeft een commissie van omwonenden, samen met een stedenbouwkundige, een alternatief plan bedacht voor de bebouwing aan de Verlengde Veenlaan (ook wel plan Molenstreek genoemd). Er moeten minder huizen komen, die dichter bij elkaar worden gebouwd.

Wethouder Jan Jakob Boersma had de omwonenden een half jaar geleden gevraagd om mee te denken aan een oplossing om het plan Molenstreek, waarop inmiddels wel tonnen zijn afgeschreven, alsnog vlot te trekken. Het bouwplan aan de Verlengde Veenlaan, waaraan ook de gemeentewerf ligt, is vanaf de start omstreden geweest. In 2009 besloot het toenmalige college van Slochteren dat er op vijf plekken in het buitengebied nieuwe lintbebouwing mogelijk zou zijn, waarvan tien kavels aan de Verlengde Veenlaan. Dit tot ongenoegen van de omwonenden, die vreesden daarmee hun uitzicht op het open landschap te verliezen.

Ook in de jaren daarop is er veel te doen geweest over het bouwplan, waarvoor nauwelijks interesse bleek. Wethouder Nico Stok struikelde in 2016 zelfs over het dossier, nadat hij een ondernemer die zich meldde voor een huis met bedrijfsloods aan de Korenmolendreef zou hebben doorverwezen naar de kavels aan de Verlengde Veenlaan, terwijl in het beeldkwaliteitsplan van de Molenstreek was opgenomen dat daar geen bedrijvigheid mocht plaatsvinden.

Allerhande marketingacties om de kavels aan de man te brengen, leverden niks op. Anno 2017 staat er nog altijd maar één woning aan de Verlengde Veenlaan. Wethouder Boersma, die het dossier van Stok overnam, meende dat de omwonenden het daarom maar moesten zeggen. ”Het bestemmingsplan is niet meer van deze tijd,” zei hij zo’n zes maanden geleden. ”Dat heeft te maken met aardbevingen, maar ook omdat het plan aan de Verlengde Veenlaan uitgaat van vrijstaand wonen op grote kavels. De vraag is nu anders.”

De nieuwe ontwikkelstrategie voor de Molenstreek is dus niet door ambtenaren of gemeentebestuurders bedacht, maar door omwonenden, onder leiding van een onafhankelijk procesbegeleider, stedenbouwkundige Enno Zuidema. Boersma noemt het een doorbraak: ”Het is een nieuwe aanpak. We hebben de omwonenden gevraagd om over hun eigen woonomgeving na te denken, waarin wij ons als gemeentebestuur niet hebben gemengd.”

In het plan dat nu voorligt blijft het open uitzicht grotendeels bewaard, door minder huizen op een gecentraliseerde locatie, met de voorgevels naar de weg gericht, of aan een gezamenlijk erf. In de afgelopen commissievergadering benadrukte Boersma dat het gemeentebestuur serieus met het bewonersadvies om zal gaan. ”We hebben een hoop huiswerk, maar gaan er snel mee aan de slag. Uiteindelijk is het een zaak voor het nieuwe college en de nieuwe raad van Midden-Groningen, maar deze aanpak past naadloos in de filosofie zoals wij die voor de nieuwe gemeente hebben afgesproken. Ik verwacht dat het plan in de eerste helft van 2018 wordt besproken. Tot dan wordt de acquisitie van de kavels stilgelegd.”